Publicatiedatum: 28 augustus 2025

Iets meer dan de helft van de Nederlanders van 18 jaar en ouder heeft overgewicht. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het CBS, gebaseerd op de Body Mass Index (BMI). Maar hoe nuttig is die berekening eigenlijk, en zegt dat ene cijfertje wel genoeg over je gezondheid?

De BMI is een formule die wereldwijd gebruikt wordt om overgewicht in kaart te brengen. Het gewicht in kilo’s wordt gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters. Bijvoorbeeld: iemand die 70 kilo weegt en 1,75 meter lang is, heeft een BMI van ongeveer 22,9.

In de categorie ‘gezond gewicht’ ligt de BMI-score tussen de 18,5 en 25. Heb je een lagere score, dan heb je mild tot ernstig ondergewicht. Een hogere score duidt op mild overgewicht tot morbide obesitas.

Handig, maar: „De BMI zegt iets, maar zeker niet alles”, zegt Gijs Goossens, hoogleraar Cardiometabole Fysiologie van Obesitas aan de Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek naar hoe vet in het lichaam invloed heeft op de gezondheid. „De BMI is nog steeds een bruikbaar startpunt, maar we moeten óók verder kijken dan alleen het getal op de weegschaal.

Voor grote groepen mensen (bijvoorbeeld op bevolkingsniveau) is de BMI nog steeds een nuttige maat, stelt Goossens. „Hoe hoger het gemiddelde BMI in een land, hoe meer chronische ziektes zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker daar voorkomen.’’

Bron: Academie Nieuwe Zorg