Ervaringen met verschillende bijnieroperaties onderzocht

Publicatiedatum: 5 maart 2026

Allon van Uitert verdedigde op 30 januari 2026 met succes zijn proefschrift over minimaal invasieve bijnierchirurgie (kijkoperatie), waarbij het doel van zijn proefschrift was om de operatieve uitkomsten voor patiënten en hun kwaliteit van leven te verbeteren.

In het proefschrift is gekeken naar verschillende onderdelen van de minimaal invasieve bijnierverwijdering. Allereerst is beschreven dat een kijkoperatie via de rug gunstige resultaten laat zien ten opzichte van de kijkoperatie via de buik, mits daarvoor de patiënten met de juiste kenmerken zijn geselecteerd (zoals niet-kwaadaardige tumoren). Voor patiënten met een kwaadaardige bijniertumor kan gekozen worden voor een kijkoperatie via de buik of een open operatie. Het blijkt dat de operatieduur en de opnameduur in het ziekenhuis korter zijn na de kijkoperatie via de rug. Dit heeft positieve effecten op het herstel van de patiënt. De kijkoperatie via de rug wordt inmiddels in enkele andere ziekenhuizen in Nederland toegepast, na de juiste scholing.

Het onderzoek heeft ook vastgesteld dat aan dit type operatie via de rug een gedegen scholing en training vooraf moet gaan, waarbij er geleerd moet worden van experts. Deze scholing zou bij voorkeur op Europees niveau vormgegeven moeten worden, gestructureerd en modulair opgebouwd, bedoeld voor de operateur én voor de andere leden van het operatieteam.

Om te bepalen welke operatieaanpak voor welk type patiënt het meest geschikt is, is een rekenhulp ontwikkeld. Hierover ging een blog in 2021. Deze rekenhulp helpt de chirurg samen met de patiënt een weloverwogen beslissing te nemen voor een kijkoperatie via de buik of via de rug. Deze rekenhulp is ontwikkeld op basis van het onderzoek waarbij is gekeken naar patiënten die behandeld werden in het Radboudumc. Het gebruik van deze rekenhulp was succesvol: het helpt bij het nemen van het beste besluit voor de patiënt. Maar de rekenhulp moet nog wel getoetst worden in andere centra met waarschijnlijk een andere patiëntenpopulatie. De rekenhulp neemt in de overwegingen mee: het geslacht van de patiënt, of er sprake is van een feochromocytoom, de hoeveelheid vet rond de nieren en de BMI (gewicht/lengte) van de patiënt.

Bron: BijnierNET