Van patiënt naar nummer — en terug naar cliënt, alstublieft

Publicatiedatum: 21 januari 2026

Deze column begon bij een ogenschijnlijk luchtige post van longarts Sander de Hosson op LinkedIn. Een bericht over privacy in de wachtkamer van de huisarts. Herkenbaar, en de reacties scherp, met humor gebracht — en precies daarom zo ontregelend. Want wat volgt, is geen grap. Het is een spiegel. En die spiegel liet zien hoe verdeeld, defensief en pijnlijk herkenbaar dit onderwerp is.

Ik kom vaak bij huisartsen over de vloer. Niet als toevallige passant, maar omdat ik mensen ondersteun die het zelf niet meer kunnen. Mensen die vastlopen. In hun lijf, in hun hoofd, in het systeem. En telkens opnieuw loop ik daar tegen dezelfde muur aan: bureaucratie, verkokering en een omgangsvorm die te vaak vergeet dat er geen “casus” tegenover je zit, maar een mens.

Voor de duidelijkheid deze column is geen huisarts-bashing. Integendeel. Ik zie de overbelasting. Ik zie hoe assistentes en artsen proberen overeind te blijven in een systeem dat steeds meer vraagt en steeds minder teruggeeft. Juist daarom schuurt het. Want onder die druk lijkt iets fundamenteels te verdwijnen: het besef dat de ander geen lastpost is, maar een cliënt. Een gewaardeerde cliënt.

Privacy is daarvan een schrijnend voorbeeld. We hebben AVG-regels, protocollen, vinklijstjes en digitale systemen die elkaar controleren — maar ondertussen hoor je in wachtkamers telefoongesprekken woord voor woord mee. Worden klachten hardop herhaald. Wordt medische informatie gedeeld in ruimtes waar iedereen kan meeluisteren. Privacy wordt zo een juridisch concept, terwijl het in essentie gaat over waardigheid.

Bron: Academie Nieuwe Zorg