Wachten is geen weigering, maar zorg organiseren

Publicatiedatum: 11 februari 2026

De recente discussie over wachttijden in de zorg, over de rug van doktersassistenten, via TikTok en in de Telegraaf, laat iets fundamenteels zien. Niet alleen dat de druk hoog is, maar vooral dat we als sector onvoldoende uitleggen hoe zorg wordt verdeeld. En wat je niet uitlegt, wordt al snel verkeerd begrepen.

Voor patiënten voelt wachten vaak als een persoonlijk ‘nee’. Alsof hun klacht niet belangrijk genoeg is. Alsof iemand anders beslist over hun lichaam. Dat gevoel is invoelbaar. Maar het beeld klopt niet.

Het ‘nee’ dat patiënten horen, is zelden een nee tegen de persoon. Het is een nee op basis van urgentie. Of beter gezegd: het is een nu nog niet, omdat er op dat moment andere patiënten zijn voor wie uitstel onveilig zou zijn. De patiënt wacht niet op de zorgverlener. De patiënt wacht op andere patiënten met meer urgentie. Dat onderscheid wordt te weinig expliciet inzichtelijk gemaakt.

Onzichtbaar werk

We voeren deze discussie in een tijd van structurele tekorten. Het tekort aan huisartsen is bekend, maar ook de beroepsgroep doktersassistenten staat zwaar onder druk. Zowel in huisartsenpraktijken als in ziekenhuizen is de instroom beperkt en de uitstroom hoog. Tegelijkertijd groeit de zorgvraag.

Doktersassistenten vangen een enorme hoeveelheid patiëntvragen op. Dagelijks. Vragen die variëren van geruststelling tot acute signalen. Dat vraagt medische kennis, communicatieve vaardigheden en het vermogen om risico’s in te schatten. Triage is geen bijzaak, maar een veiligheidsinstrument.

Bron: Zorgvisie