Publicatiedatum: 6 mei 2026
De nieuwe proactieve zorgbemiddeling door zorgverzekeraars, waarbij verzekeraars zelf patiënten benaderen die lang op een wachtlijst staan, moet niet worden gezien als dé oplossing voor de wachtlijsten. Hoewel het initiatief helpt om de bestaande zorgcapaciteit slimmer te verdelen, maskeert het de fundamentele tekorten in de sector. De effectiviteit van deze aanpak staat of valt bovendien met de kwaliteit van gegevensuitwisseling.
Initiatief ligt bij de verzekeraar
Zorgbemiddeling bestond al, maar verandert nu: waar het vroeger vooral op initiatief van de verzekerde gebeurde, nemen zorgverzekeraars nu zelf contact op bij oplopende wachttijden. Verzekerden die lang moeten wachten op medisch-specialistische zorg of geestelijke gezondheidszorg worden eerst om toestemming gevraagd. Pas na akkoord kan de zorgverzekeraar ondersteunen bij het zoeken naar een zorgaanbieder met een kortere wachttijd. Deze verschuiving naar een actieve regierol is noodzakelijk, maar vult vooral de incidentele gaten die er nu zijn.
Focus op overschrijding van Treeknormen
De aanpak richt zich voorlopig op situaties waarin wachttijden de zogenoemde Treeknormen fors overschrijden. Zorgverzekeraars bieden dan alternatieven aan, ook bij niet- gecontracteerde aanbieders of in een andere regio. Deelname is vrijwillig en de keuze blijft altijd bij de verzekerde. Hoewel dit de patiënt ontzorgt, blijft de werkelijke winst beperkt tot de logistiek: het spreiden van de druk is waardevol, maar lost de onderliggende schaarste aan behandelaars niet op.
Bron: Academie Nieuwe Zorg

