Publicatiedatum: 3 juni 2026
TL;DR (In het kort)
- Patiënten moeten door medicijntekorten regelmatig bijbetalen voor medicijnen.
- Zorgverzekeraars vergoeden vaak één voorkeursmedicijn, dat door leveringsproblemen of voorraadtekorten niet altijd direct beschikbaar is.
- Een alternatief merk kan daardoor extra kosten opleveren.
Door medicijntekorten zijn voorkeursmedicijnen van zorgverzekeraars steeds vaker niet op voorraad. Bij de apotheek krijg je dan hetzelfde medicijn mee, maar van een ander merk. En daar hangt regelmatig een prijskaartje aan. Hoe kan het dat je als consument moet bijbetalen voor een medicijntekort waar je zelf niets aan kan doen?
Medicijntekorten en voorkeursmedicijnen
Uit het KNMP-rapport van De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) blijkt dat er in 2025 zo’n 1134 geneesmiddelen langer dan twee weken niet leverbaar waren. Daardoor zijn ongeveer 3,5 miljoen patiënten geraakt. Het grootste deel van die tekorten ging om medicijnen die binnen het voorkeursbeleid vallen.
Wat is voorkeursbeleid?
Het voorkeursbeleid is de manier waarop zorgverzekeraars bepalen welke medicijnen met dezelfde werkzame stof volledig worden vergoed. Daarbij kiezen zij vaak één specifiek merk of type als voorkeursmedicijn. Alleen dit medicijn wordt dan volledig vergoed door je zorgverzekeraar.
Wanneer moet je bijbetalen?
Wanneer een voorkeursmedicijn niet op voorraad of niet leverbaar is, moet de apotheek soms een ander merk verstrekken. Dit alternatieve medicijn wordt niet altijd op dezelfde manier vergoed als het voorkeursmedicijn. Daardoor kunnen kosten die normaal niet voor rekening van de patiënt komen alsnog worden verrekend via het eigen risico of leiden tot een hogere eigen bijdrage, zegt het KNMP. Dat geldt vooral wanneer het eigen risico nog niet volledig is gebruikt of wanneer de prijs van het alternatief boven de wettelijke vergoedingslimiet ligt.
Bron: Radar

